Mp3, CD, Youtube… hoor jij het verschil?

Mp3, CD, Youtube…  hoor jij het verschil?

Er zijn verschillende manieren om geluid op te slaan op een computer, smartphone of ander digitaal apparaat. Voor de doorsnee gebruiker is mp3 de bekendste. Ga je muziek opnemen in een programma als bijvoorbeeld Logic, Cubase of Garageband dan kom je andere bestandsformaten tegen, zoals bijvoorbeeld Wav of Aiff. Wat zijn de verschillen?

Wel of geen kwaliteitsverlies

Het belangrijkste verschil wordt bepaald door de vraag of de manier van opslaan lossy of lossless is. Bij een lossy formaat wordt het bestand kleiner gemaakt (gecomprimeerd) om het datagebruik te beperken, met als gevolg dat de audiokwaliteit achteruit gaat. Bijna alle platforms en formaten die consumenten vandaag de dag gebruiken zijn lossy: Mp3, YouTube, Spotify, Wma, Mp4, enz. Als je iets lossy comprimeert, kun je de originele kwaliteit ook niet meer terugkrijgen.

Dat gebeurt overigens niet alleen met audio: foto’s en video’s worden meestal ook lossy gecomprimeerd, zoals bijvoorbeeld JPEG foto’s of een film op Netflix.

Voordat mp3 bestond, was de CD de standaard kwaliteit in digitale audio voor thuis. De audio op een CD is niet gecomprimeerd, ook wel lineair genoemd. Er is niets gedaan om de hoeveelheid data te beperken, dus de geluidskwaliteit is optimaal (alles is relatief: beter dan CD bestaat uiteraard ook maar kom je relatief weinig tegen in huiskamers). Veel mensen realiseren zich niet dat een mp3 nooit de kwaliteit kan hebben van een CD!

Waarom?

Wat is de reden dat alle mainstream muziekaanbieders (en wij zelf als gebruikers vaak ook) genoegen nemen met een mindere geluidskwaliteit? Ten eerste zou het (op dit moment) onpraktisch zijn om alles als ongecomprimeerde audio te streamen of op te slaan. Een liedje van rond de vier minuten is als mp3 van redelijke kwaliteit (bitrate 256, zie onder) zo’n 8 MB, terwijl het als Wav bestand met CD kwaliteit 45 MB in beslag neemt. Er zou dus veel meer opslagruimte en (mobiel) dataverkeer nodig zijn als we de bestanden niet zouden verkleinen.

De tweede reden is natuurlijk dat het grootste deel van de luisteraars het verschil toch niet hoort. Naar mijn idee is men bij beeld meestal kritischer dan bij geluid: ook de meeste leken zien het aan de (bijv blokkerige) beeldkwaliteit van een video als deze in een slechte kwaliteit is opgeslagen. Men geeft zelfs duizenden euro’s uit aan Ultra HD TV’s. Maar bij muziek valt het de doorsnee luisteraar lang niet altijd op. Bovendien: de apparatuur waarop geluisterd wordt moet dan natuurlijk ook wel in orde zijn.

Lossless compressie

Er zijn tegenwoordig ook een aantal formaten waarmee lossless compressie mogelijk is: wel het bestand verkleinen, maar bij het afspelen kan toch de oorspronkelijke kwaliteit worden teruggehaald. De techniek is te vergelijken met het ZIP bestand. De bekendste is FLAC. Niet alle players en apparaten ondersteunen dit, maar het begint steeds meer terrein te winnen, ook bij streamingdiensten (zie kader). Een ontwikkeling in de goede richting, wat mij betreft!

Opnemen

In studio’s en binnen opnamesoftware zoals Logic, Cubase etc. zijn WAV (Microsoft) en AIFF (Apple) de standaarden. Deze formaten zijn lineair, ongecomprimeerd. Geen concessies aan de kwaliteit dus. Daardoor neemt de opname van een liedje met meerdere tracks al gauw meer dan een gigabyte aan data in beslag.

Als je zelf een audiobestand wilt bewerken, kan de kwaliteit nooit beter worden dan het bronbestand. Een bestand na elke bewerking weer opslaan als mp3 laat de kwaliteit steeds wat verder achteruitgaan (net als een fotokopie van een kopie). Beter is dus om het bestand één keer om te zetten naar WAV of AIFF, dan alle bewerkingen te doen en pas aan het eind van de sessie te comprimeren naar bijvoorbeeld Mp3.

Bitrate

Een mp3 klinkt niet per definitie slecht. Het hangt er vooral vanaf hoe sterk er gecomprimeerd is, oftewel de bitrate. De bitrate vertelt in kbps (kilobits per seconde) hoeveel data er gebruikt wordt voor één seconde geluid. Hoe hoger dit getal, hoe beter. Kies dus als je de mogelijkheid hebt altijd voor een zo hoog mogelijke bitrate!

Hoor jij het verschil?

Hieronder vind je vier keer hetzelfde muziekfragment, in steeds minder goede kwaliteit. Vanaf welke kwaliteit ervaar jij duidelijk verschil met de versie in CD kwaliteit?

WAV file, CD kwaliteit:

Mp3, bitrate 256 kbps:

Mp3, bitrate 128 kbps:

Mp3, bitrate 96 kbps:

Audiobestanden en bekende platforms

Lineair (ongecomprimeerd) Lossy compressie Lossless compressie
WAV Mp3 FLAC
AIFF Mp4 Tidal
CD AAC (M4a) Deezer HiFi
Primephonic
YouTube
Spotify (zowel betaald als gratis, maar de betaalde heeft wel een hogere bitrate)
Apple music, Itunes Store
Deezer
Soundcloud

 

© Peter Favier 2018 – Dit artikel valt onder een Creative Commons Attribution-NonCommercial-NoDerivatives 4.0 International License.
Vragen of reageren? info@peterfavier.com

Transponerende instrumenten

blogimg2

Als een saxofonist een genoteerde melodie speelt, klinken er andere toonhoogtes dan wanneer de pianist dezelfde noten van papier speelt. Hoe zit dat?

Een aantal muziekinstrumenten zijn transponerende instrumenten.Dat wil zeggen dat de toonhoogte die klinkt uit het instrumentniet hetzelfde is alsdegenoteerde toonhoogte. Dit betreft vooral blaasinstrumenten.

Er zijn meer instrumenten die transponerend zijn (bijvoorbeeld de contrabas) maar hier betreft het verschil meestal een octaaf. We spreken dan niet echt van een transponerend instrument, hooguit van een octaverendinstrument.

Saxofoons zijn bijvoorbeeld transponerende instrumenten. De sopraansaxofoon wordt een Bes instrument genoemd, omdat een genoteerde C zal klinken als een Bes. Het instrument klinkt een grote secunde (hele toon) lager dan genoteerd. Met andere woorden:als we de sopraansax op de juiste toonhoogte willen laten klinken moeten we de bladmuziek een grote secunde (hele toon) “te hoog” noteren.

De altsaxofoon is een Es instrument: de klank is een grote sext lager dan de genoteerde toonhoogte. De tenorsaxofoon transponeert zelfs een none: zoals een Bes instrument maar dan een octaaf + grote secunde lager klinkend dan genoteerd. Trompetten zijn tegenwoordig meestal Bes instrumenten, hoewel er ook C trompetten bestaan (met C wordt dan weer bedoeld: niet transponerend, C klinkt als C) . Onderaan deze pagina vind je een overzicht van de meest voorkomende transponerende instrumenten.

Enkele voorbeelden:

 

Dit alles betekent dat verschillende instrumenten in het orkest, hetzelfde muziekstuk in verschillende toonsoorten genoteerd zien staan. Een stuk in F majeur bijvoorbeeld zal voor de Bes klarinetten genoteerd staan in G majeur, dus ook met andere voortekens bij de sleutel! Voor de altsaxofoons staat hetzelfde stuk in D majeur op papier. F majeur noemen we in dit geval de klinkende toonsoort (Eng: concert key). Het stuk staat in F majeur klinkend.

Waarom wordt dit zo gedaan? Zou het niet veel handiger zijn als alle instrumenten ‘klinkend’ lezen?
Nee, dit zou hooguit handiger zijn voor de componist/arrangeur en dirigent. Het leest en schrijft voor hen immers makkelijker. Maar verder zouden er alleen maar nadelen ontstaan: blaasinstrumenten werken met grepen (kleppen, gaten en/of ventielen). Het systeem van transponeren is met name bedoeld om te zorgen dat elk instrument van dezelfde familie dezelfde grepen heeft. De grepen op sopraansaxofoon komen nagenoeg overeen met die op bijvoorbeeld tenorsax. Echter, dezelfde greep geeft klinkend een andere toon, door de grotere buislengte van de tenorsax. Dat verschil wordt opgelost door de bladmuziek te transponeren. Ook kan de saxofonist om die reden bij beide instrumenten gewoon g-sleutel blijven lezen. Als we niet zouden transponeren, zouden voor elk instrument en varianten daarvan (en dat zijn er veel!) nieuwe grepen geleerd moeten worden.

Zorg er altijd voor dat je bladmuziek op de juiste wijze is getransponeerd. Een geoefend speler kan misschien zelf al spelend transponeren, maar echt prettig is dat niet.

Notatiesoftware
In muzieknotatiesoftware zoals bijvoorbeeld Sibelius wordt het transponeren voor verschillende instrumenten bijna vanzelf voor je gedaan. Elk instrument dat je toevoegt kent zijn eigen transpositie. Dit is ingebouwd in de software en kun je eventueel ook zelf aanpassen. Vervolgens kun je kiezen of je een partituur of partij klinkend of getransponeerd wilt afdrukken.

HOUTBLAZERS

Bes klarinet (Eng: Bb clarinet)

Sopraansaxofoon)

(Eng: soprano saxophone)

Klinken een grote secunde lager…

…dus de bladmuziek moet een grote secunde hoger staan.

A klarinet (A clarinet)

Klinkt een kleine terts lager…

…dus de bladmuziek moet een kleine terts hoger staan.

Es klarinet (Eb clarinet)

Klinkt een kleine terts hoger

…dus de bladmuziek moet een kleine terts lager staan.

Althobo (Engelse hoorn / Cor Anglais, English horn) 

Klinkt een reine kwint lager…

…dus de bladmuziek moet een reine kwint hoger staan.

Altfluit (alto flute)

Klinkt een reine kwart lager…

…dus de bladmuziek moet een reine kwart hoger staan.

Altsaxofoon (alto saxophone)

Klinkt een grote sext lager…

…dus de bladmuziek moet een grote sext hoger staan.

Tenorsaxofoon (tenor saxophone)

Bes basklarinet (Bb bass clarinet)

Klinken een grote none (=octaaf+gr secunde) lager…

…dus de bladmuziek moet een grote none hoger staan.

Baritonsaxofoon (baritone saxophone)

Klinkt een grote tredecime (=octaaf+gr sext) lager…

…dus de bladmuziek moet een grote tredecime hoger staan.

Niet transponerend, genoteerd in G-sleutel: dwarsfluit (flute), hobo (oboe)
Niet transponerend, genoteerd in F-sleutel: fagot (bassoon)
Octaverend: piccolo (klinkt octaaf hoger), contrafagot (klinkt een octaaf lager)

KOPERBLAZERS 

Bes trompet (Bb trumpet)
Bes bügel (Bb flugelhorn)
Bes cornet
Bes tuba

Klinken een grote secunde lager…

…dus de bladmuziek moet een grote secunde hoger staan.

Hoorn of F hoorn (French horn or F horn)
F tuba

Klinkt een reine kwint lager…

…dus de bladmuziek moet een reine kwint hoger staan.

Es Tuba (Eb tuba)

 Klinkt een grote sext lager…

…dus de bladmuziek moet een grote sext hoger staan.

Niet transponerend, genoteerd in G-sleutel: C trompet
Niet transponerend, genoteerd in F-sleutel: trombone , C tuba

 

© Peter Favier 2018 – Dit artikel valt onder een Creative Commons Attribution-NonCommercial-NoDerivatives 4.0 International License.
Vragen of reageren? info@peterfavier.com