Leesbaar noteren van ritme

Leesbaar noteren van ritme

Om ervoor te zorgen dat ritmes goed leesbaar en overzichtelijk zijn, zijn er een aantal richtlijnen voor het noteren van ritmes in de verschillende maatsoorten.

Vierkwartsmaat

Om voldoende overzicht in een 4/4 maat te houden, zorg je er bij ritmes met achtsten voor dat de derde tel altijd zichtbaar is. Loopt een noot “over de derde tel heen” dan moet die noot dus gesplitst worden in twee overgebonden noten:

Verder geldt bij achtsten de algemene regel dat je achtste noten die bij dezelfde tel horen per twee met een waardestreep verbindt. Eventueel kan dit ook per 4,6 of meer achtsten, mits het niet verwarrend wordt: de tellen van de maat moeten altijd goed zichtbaar blijven.

Bij notenwaarden niet kleiner dan de kwartnoot hoeft alleen de eerste tel zichtbaar te zijn. Je behoudt daarmee voldoende overzicht in de maat. De volgende ritmes zijn prima te lezen:

Al het bovenstaande geldt overigens ook voor 2/2 maat.

Ritmes met zestienden, in zowel 4/4, 3/4, 2/4, etc.

Zestiende noten binnen dezelfde tel verbind je met elkaar. Noten die níet bij dezelfde tel horen verbind je dus niét.

In dat deel van de maat waar de zestienden voorkomen moet elke tel zichtbaar zijn. Noten die “over tellen heen gaan” moet je dus ook weer splitsen in twee overgebonden noten.

Driekwartsmaat

In een 3/4 gelden min of meer dezelfde regels als in 4/4. Waar je bij de notatie goed op moet letten is het verschil tussen 3/4 en 6/8. Een 3/4 bestaat in principe uit 3 groepjes van 2 achtste noten, maar een 6/8 bestaat uit 2 groepjes van 3. Laat dit ook in je notatie zien.

Er zijn ritmes die teveel aan 6/8 doen denken en daarom beter anders genoteerd kunnen worden door middel van een overbinding. Om die reden kun je in een 3/4 de regel hanteren dat bij het gebruik van achtsten steeds de tweede óf derde tel zichtbaar moet zijn. Verder is de beaming (het gebruik van de waardestrepen) het middel om het verschil tussen 6/8 en 3/4 zo goed mogelijk te illustreren.

Als een maat ook zestienden bevat, wordt net als in de 4/4 het liefst elke tel getoond.

Zesachtste maat

In een 6/8 maat passen evenveel achtste noten als in een 3/4 maat, maar heeft een compleet andere onderverdeling. De zesachtste is een zogenaamde binaire (2-delige) maatsoort met een ternaire (3-delige) onderverdeling: per maat 2 groepjes van 3 achtsten. De maataccenten liggen dus op de 1e en 4e tel.

Daarom moet je bij de 6/8 maat – behalve als er slechts één noot in de maat staat – altijd naast de eerste tel ook de vierde tel zichtbaar maken en zo nodig moet er dus worden overgebonden.

 

 

Andere achtste maatsoorten

De meeste andere “achtste” maatsoorten, zoals 5/8, 9/8, 12/8 etc. werken volgens hetzelfde principe: de onderverdeling van de maatsoort moet goed zichtbaar zijn.

Zo kan een 5/8 maat worden onderverdeeld in 2+3 achtsten, maar ook als 3+2. Het ritme of de groove van het stuk bepaalt welke onderverdeling daarbij past. Noteer de ritmes dan ook met de juiste onderverdeling:

Hetzelfde principe geldt bijvoorbeeld voor een 9/8 maat: als 3+3+3, of 2+2+2+3 of 3+2+2+2, etc.

 

 

© Peter Favier 2018 – Dit artikel valt onder een Creative Commons Attribution-NonCommercial-NoDerivatives 4.0 International License.
Vragen of reageren? info@peterfavier.com

Gehoortraining portal

Gehoortraining portal

Online oefeningen in bijvoorbeeld het herkennen van akkoorden, akkoordprogressies, intervallen, toonladders etc. (under construction)

Om te openen vanaf tablet of smartphone: Ga naar http://m.questbase.com en voer de genoemde PIN in.

Codarts DM jaar 1: (aanvullend op earmaster)

Chord progressions – tussendominanten (V) en (VII)
PIN: 7358-3200-8178

Chord progressions – vertragingsakkoorden en II6
PIN:9830-0367-1183

Chord progressions – moll dur IVmd en IImd 
PIN:6034-4671-4573

Chord progressions – mix
PIN: 4001-4508-5271

Seventh chords
PIN: 5581-0082-3337 

Codarts DM jaar 2 en diversen:

Seventh chords
PIN: 5581-0082-3337

Seventh chords (maj7, 7, m7 or m7b5) + one extension
PIN: 4185-6180-6311

Chord progressions– with secondary dominants (V)
PIN: 1020-6727-3732

Chord progressions – with moll dur elements
PIN: 2340-7393-3664

Chord progressions – with neapolitan chords
PIN: 9960-5190-6660

Chord progressions – with secondary dominants (VII) and auxilary dim7 chords
PIN: 5040-9898-6910

Chord progressions – MIX of all the above
PIN: 5314-5544-3500

Diversen: 
“The Snarky Puppy series” – 17 gehoortrainings- en solfège oefeningen gebaseerd op stukken van fusioncollectief Snarky Puppy

© Peter Favier 2018 – Dit artikel valt onder een Creative Commons Attribution-NonCommercial-NoDerivatives 4.0 International License.
Vragen of reageren? info@peterfavier.com

Swing en shuffle

swingshuffle

In de jazz, pop en wereldmuziek vinden we allerlei soorten grooves die gebaseerd zijn op het in ongelijke waarde uitvoeren van elk paar van achtste (of evt zestiende) noten. Er is dan sprake van swing, ook wel swingopvatting, triolenopvatting, of uneven eights genoemd. De klassieke muziek kent dit begrip niet op deze manier, hoewel het spelen van Notes Inégales in barok en klassieke periode een soortgelijk iets is. Swing vindt zijn oorsprong in Afro-Amerikaanse muziek en komt kort door de bocht gezegd via de ragtime terecht in de jazz en blues.

De basis van swing en shuffle grooves is dat elk paar achtste noten (of rusten) worden uitgevoerd zoals hiernaast afgebeeld, of iets dat daarbij in de buurt komt. In elk geval wordt de eerste achtste langer en wordt de tweede achtste (de “off-beat”) later gespeeld.

De aanduidingen die je tegen kunt komen zijn swing, swing feel, swing opvatting (NL), triolen opvatting (NL) en vaak ook met noten zoals hierboven aangegeven.

Swing
In de jazz en verwante stijlen hoor je vaak het begrip swing. Het is een term waar soms verwarring over ontstaat. De term kan verwijzen naar verschillende dingen:

  • Een jazz stijl die ontstond rond 1930 (swingmuziek, swing jazz)
  • Ritmisch gevoel, gecreëerd door de timing en/of ritmische interactie tussen de muzikanten (“deze muziek swingt enorm” of “dit wordt heel swingend gezongen”)
  • Ritmische aanwijzing bij een muziekstuk die opdracht geeft om ‘in swing’ of ‘met swing feel’ te spelen.

In dit stuk gaat het over swing zoals omschreven in het laatste punt.

 

Uitvoering

Hoe ongelijk in waarde je de achtsten speelt, hangt af van de sterkte van de swing en het tempo. Deze kan variëren van ‘bijna recht’ (light swing) tot dicht in de buurt van achtste-punt-zestiende (heavy swing).

dit ritme wordt uitgevoerd als:    of bijna:  

of ergens tussen deze drie in!

Let op: in songbooks en kinderliedbundels wordt soms onterecht de achtste-punt-zestiende notatie gebruikt, waar eigenlijk swing bedoeld wordt. Hetzelfde kom je soms tegen in bladmuziek in de harmonie- en fanfarewereld. De gedachte hierachter is de swing grafisch duidelijker te maken, voor de speler, zanger of onderwijzer die niet bekend is met swing ritmes.

Een basis drumgroove in swing:

Notatie: Klinkt dus (ongeveer!) als:

Let op het basisritme van de Hihat / Ride: ‘kwart – achtste achtste- kwart – achtste – achtste’.

Luistervoorbeelden (zie onderaan een playlist met alle luistervoorbeelden)
Traditionele swing grooves zijn te vinden in alle jazz. Om maar een voorbeeld te geven: het album Moanin’ van Art Blakey & the Jazz Messengers bevat grotendeels duidelijke swing stukken.
In de pop vind je een soortgelijke groove bijvoorbeeld bij Love me do (The Beatles)
Bij My baby just cares (Nina Simone) hoor je een meer heavy swing (afterbeat komt heel laat) en Ornithology (Charlie Parker) is een voorbeeld van een snelle swing, waardoor de timing in feite “rechter” wordt.
Take Five (Dave Brubeck Quartet) is het meest bekende voorbeeld van swing in een onregelmatige maatsoort (5/4 in dit geval).

Shuffle

De begrippen swing en shuffle worden vaak door elkaar gebruikt, en soms lijkt het ook erg op elkaar. Bij beiden is er sprake van het uitvoeren van een paar achtsten ongelijk in waarde. De basisgroove van een shuffle is echter anders dan die van een traditionele swing.

Twee voorbeelden van shuffle drumgrooves:

Voorbeeld 1.

Notatie: Uitgevoerd als:

Voorbeeld 2.
(Uitvoering hetzelfde als notatie)

Bij swing wordt op de ride/hihat meestal ‘kwart-achtste-achtste’ enz gespeeld, bij shuffle meestal alle achtsten, of alle triolen-achtsten.

Voorbeeld 2 is eigenlijk een groove in 6/8 of 12/8 die in 4/4 is genoteerd:

Dit soort grooves worden dus meestal in 6/8 of 12/8 genoteerd, maar bij hogere tempi en vanuit gewoonte in de betreffende stijl wordt er vaak toch gekozen voor notatie in 4/4.

Luistervoorbeelden:
Higher ground – Stevie Wonder
Reelin’ in the years – Steely Dan
The way you make me feel – Michael Jackson
What happened to the world that day – Tower of Power (achtereenvolgens shuffle, swing en rechte groove in één liedje!)

Zestienden shuffle (16’s shuffle) of Half-time Shuffle

Als we bij een basis shuffle groove de bass- en snaredrum in half tempo spelen (half time feel), krijgen we bijvoorbeeld het volgende:

Notatie: Uitgevoerd als:

We kunnen deze half-time shuffle ook in z’n geheel twee keer zo snel noteren:

Notatie: Uitgevoerd als:

 

In deze groove zijn de zestienden dus “geswingd” en de achtsten worden gewoon recht gespeeld.

Dit soort grooves, die je bijvoorbeeld in funk en soul veel tegenkomt, noemen we de half-time shuffle, alla breve shuffle of, meestal aangeduid met: zestienden shuffle (NL) of sixteenths (16’s) shuffle (ENG).

Een bekende variant van een half-time shuffle is de ‘Rosanna Shuffle’, uit de grote hit van Toto uit 1982:

Notatie, zonder ghost notes: Uitvoering, met ghost notes (bij benadering):

 

Luistervoorbeelden:
Rosanna – Toto
If I ever loose my faith in you – Sting
Babylon Sisters – Steely Dan
One and Only – Adele (16’s shuffle in 6/8)

Bij een half time shuffle is het een kunst om deze niet ‘mechanisch’ te laten klinken. Eigenlijk geldt hetzelfde als bij swing: door te spelen met de timing van de tweede achtste / triool kan de shuffle meer ‘lui’ dan wel ‘recht’ gaan klinken. Soms speelt de ene muzikant in hetzelfde stuk “meer shuffle” dan de andere. Luister bijvoorbeeld eens naar I Wish (Stevie Wonder) of Waiting on the World to Change (John Mayer).

Recht

Als een ritme niet met swing- of shuffle opvatting wordt uitgevoerd, spreken we ook wel van recht. In een stuk dat in swing wordt uitgevoerd kan de aanduiding straight eights of even eights aangeven dat een bepaalde passage juist recht gespeeld moet worden.

Horen
Als je het lastig vindt om op gehoor te bepalen of een liedje recht is of met swing opvatting, raad ik je het volgende aan:

  • Bepaal eerst de maatsoort en puls
  • Ga in die puls rechte achtsten klappen of tikken. Matcht dit met de groove / feel? Dan zijn de achtsten recht. Matcht dit niet, dan heb je waarschijnlijk te maken met swing.
    Hetzelfde kun je doen met de zestienden.

© Peter Favier 2018 – Dit artikel valt onder een Creative Commons Attribution-NonCommercial-NoDerivatives 4.0 International License.
Vragen of reageren? info@peterfavier.com

Omkering en ligging

Omkering en ligging

Als bij een akkoord niet de grondtoon, maar een andere toon van het akkoord in de bas ligt, spreek je van een omkering.

Bijvoorbeeld akkoordsymbool C/E:
C majeur met een e in de bas, oftewel C majeur in 1e omkering of sextligging.

Theorie over omkeringen geeft vaak verwarring bij leerlingen en studenten. Ik merk dat het vaak op een verkeerde manier begrepen of uitgelegd wordt. Bij toelatingsexamens gaan de meesten er de fout mee in.

Belangrijk is om het verschil te snappen tussen ligging (voicing) en omkering (inversion). Een C majeur akkoord in eerste omkering (sextligging) hoeft niet altijd van onder naar boven e-g-c te zijn, hoewel het vaak in beginnersboeken wel zo uitgelegd wordt. Als de onderste (de bas) maar een e is. Daarboven kan nog van alles gebeuren.

Ik heb er deze handout over gemaakt. Hopelijk geeft het je een duidelijk overzicht.

© Peter Favier 2018 – Dit artikel valt onder een Creative Commons Attribution-NonCommercial-NoDerivatives 4.0 International License.
Vragen of reageren? info@peterfavier.com