Gehoortraining portal

Gehoortraining portal

Online oefeningen in bijvoorbeeld het herkennen van akkoorden, akkoordprogressies, intervallen, toonladders etc. (under construction)

Om te openen vanaf tablet of smartphone: Ga naar http://m.questbase.com en voer de genoemde PIN in.

Codarts DM jaar 1: (aanvullend op earmaster)

Chord progressions – tussendominanten (V) en (VII)
PIN: 7358-3200-8178

Chord progressions – vertragingsakkoorden en II6
PIN:9830-0367-1183

Chord progressions – moll dur IVmd en IImd 
PIN:6034-4671-4573

Chord progressions – mix
PIN: 4001-4508-5271

Seventh chords
PIN: 5581-0082-3337 

Codarts DM jaar 2 en diversen:

Seventh chords
PIN: 5581-0082-3337

Seventh chords (maj7, 7, m7 or m7b5) + one extension
PIN: 4185-6180-6311

Chord progressions– with secondary dominants (V)
PIN: 1020-6727-3732

Chord progressions – with moll dur elements
PIN: 2340-7393-3664

Chord progressions – with neapolitan chords
PIN: 9960-5190-6660

Chord progressions – with secondary dominants (VII) and auxilary dim7 chords
PIN: 5040-9898-6910

Chord progressions – MIX of all the above
PIN: 5314-5544-3500

Diversen: 
“The Snarky Puppy series” – 17 gehoortrainings- en solfège oefeningen gebaseerd op stukken van fusioncollectief Snarky Puppy

© Peter Favier 2018 – Dit artikel valt onder een Creative Commons Attribution-NonCommercial-NoDerivatives 4.0 International License.
Vragen of reageren? info@peterfavier.com

Swing en shuffle

swingshuffle

In de jazz, pop en wereldmuziek vinden we allerlei soorten grooves die gebaseerd zijn op het in ongelijke waarde uitvoeren van elk paar van achtste (of evt zestiende) noten. Er is dan sprake van swing, ook wel swingopvatting, triolenopvatting, of uneven eights genoemd. De klassieke muziek kent dit begrip niet op deze manier, hoewel het spelen van Notes Inégales in barok en klassieke periode een soortgelijk iets is. Swing vindt zijn oorsprong in Afro-Amerikaanse muziek en komt kort door de bocht gezegd via de ragtime terecht in de jazz en blues.

De basis van swing en shuffle grooves is dat elk paar achtste noten (of rusten) worden uitgevoerd zoals hiernaast afgebeeld, of iets dat daarbij in de buurt komt. In elk geval wordt de eerste achtste langer en wordt de tweede achtste (de “off-beat”) later gespeeld.

De aanduidingen die je tegen kunt komen zijn swing, swing feel, swing opvatting (NL), triolen opvatting (NL) en vaak ook met noten zoals hierboven aangegeven.

Swing
In de jazz en verwante stijlen hoor je vaak het begrip swing. Het is een term waar soms verwarring over ontstaat. De term kan verwijzen naar verschillende dingen:

  • Een jazz stijl die ontstond rond 1930 (swingmuziek, swing jazz)
  • Ritmisch gevoel, gecreëerd door de timing en/of ritmische interactie tussen de muzikanten (“deze muziek swingt enorm” of “dit wordt heel swingend gezongen”)
  • Ritmische aanwijzing bij een muziekstuk die opdracht geeft om ‘in swing’ of ‘met swing feel’ te spelen.

In dit stuk gaat het over swing zoals omschreven in het laatste punt.

 

Uitvoering

Hoe ongelijk in waarde je de achtsten speelt, hangt af van de sterkte van de swing en het tempo. Deze kan variëren van ‘bijna recht’ (light swing) tot dicht in de buurt van achtste-punt-zestiende (heavy swing).

dit ritme wordt uitgevoerd als:    of bijna:  

of ergens tussen deze drie in!

Let op: in songbooks en kinderliedbundels wordt soms onterecht de achtste-punt-zestiende notatie gebruikt, waar eigenlijk swing bedoeld wordt. Hetzelfde kom je soms tegen in bladmuziek in de harmonie- en fanfarewereld. De gedachte hierachter is de swing grafisch duidelijker te maken, voor de speler, zanger of onderwijzer die niet bekend is met swing ritmes.

Een basis drumgroove in swing:

Notatie: Klinkt dus (ongeveer!) als:

Let op het basisritme van de Hihat / Ride: ‘kwart – achtste achtste- kwart – achtste – achtste’.

Luistervoorbeelden (zie onderaan een playlist met alle luistervoorbeelden)
Traditionele swing grooves zijn te vinden in alle jazz. Om maar een voorbeeld te geven: het album Moanin’ van Art Blakey & the Jazz Messengers bevat grotendeels duidelijke swing stukken.
In de pop vind je een soortgelijke groove bijvoorbeeld bij Love me do (The Beatles)
Bij My baby just cares (Nina Simone) hoor je een meer heavy swing (afterbeat komt heel laat) en Ornithology (Charlie Parker) is een voorbeeld van een snelle swing, waardoor de timing in feite “rechter” wordt.
Take Five (Dave Brubeck Quartet) is het meest bekende voorbeeld van swing in een onregelmatige maatsoort (5/4 in dit geval).

Shuffle

De begrippen swing en shuffle worden vaak door elkaar gebruikt, en soms lijkt het ook erg op elkaar. Bij beiden is er sprake van het uitvoeren van een paar achtsten ongelijk in waarde. De basisgroove van een shuffle is echter anders dan die van een traditionele swing.

Twee voorbeelden van shuffle drumgrooves:

Voorbeeld 1.

Notatie: Uitgevoerd als:

Voorbeeld 2.
(Uitvoering hetzelfde als notatie)

Bij swing wordt op de ride/hihat meestal ‘kwart-achtste-achtste’ enz gespeeld, bij shuffle meestal alle achtsten, of alle triolen-achtsten.

Voorbeeld 2 is eigenlijk een groove in 6/8 of 12/8 die in 4/4 is genoteerd:

Dit soort grooves worden dus meestal in 6/8 of 12/8 genoteerd, maar bij hogere tempi en vanuit gewoonte in de betreffende stijl wordt er vaak toch gekozen voor notatie in 4/4.

Luistervoorbeelden:
Higher ground – Stevie Wonder
Reelin’ in the years – Steely Dan
The way you make me feel – Michael Jackson
What happened to the world that day – Tower of Power (achtereenvolgens shuffle, swing en rechte groove in één liedje!)

Zestienden shuffle (16’s shuffle) of Half-time Shuffle

Als we bij een basis shuffle groove de bass- en snaredrum in half tempo spelen (half time feel), krijgen we bijvoorbeeld het volgende:

Notatie: Uitgevoerd als:

We kunnen deze half-time shuffle ook in z’n geheel twee keer zo snel noteren:

Notatie: Uitgevoerd als:

 

In deze groove zijn de zestienden dus “geswingd” en de achtsten worden gewoon recht gespeeld.

Dit soort grooves, die je bijvoorbeeld in funk en soul veel tegenkomt, noemen we de half-time shuffle, alla breve shuffle of, meestal aangeduid met: zestienden shuffle (NL) of sixteenths (16’s) shuffle (ENG).

Een bekende variant van een half-time shuffle is de ‘Rosanna Shuffle’, uit de grote hit van Toto uit 1982:

Notatie, zonder ghost notes: Uitvoering, met ghost notes (bij benadering):

 

Luistervoorbeelden:
Rosanna – Toto
If I ever loose my faith in you – Sting
Babylon Sisters – Steely Dan
One and Only – Adele (16’s shuffle in 6/8)

Bij een half time shuffle is het een kunst om deze niet ‘mechanisch’ te laten klinken. Eigenlijk geldt hetzelfde als bij swing: door te spelen met de timing van de tweede achtste / triool kan de shuffle meer ‘lui’ dan wel ‘recht’ gaan klinken. Soms speelt de ene muzikant in hetzelfde stuk “meer shuffle” dan de andere. Luister bijvoorbeeld eens naar I Wish (Stevie Wonder) of Waiting on the World to Change (John Mayer).

Recht

Als een ritme niet met swing- of shuffle opvatting wordt uitgevoerd, spreken we ook wel van recht. In een stuk dat in swing wordt uitgevoerd kan de aanduiding straight eights of even eights aangeven dat een bepaalde passage juist recht gespeeld moet worden.

Horen
Als je het lastig vindt om op gehoor te bepalen of een liedje recht is of met swing opvatting, raad ik je het volgende aan:

  • Bepaal eerst de maatsoort en puls
  • Ga in die puls rechte achtsten klappen of tikken. Matcht dit met de groove / feel? Dan zijn de achtsten recht. Matcht dit niet, dan heb je waarschijnlijk te maken met swing.
    Hetzelfde kun je doen met de zestienden.

© Peter Favier 2018 – Dit artikel valt onder een Creative Commons Attribution-NonCommercial-NoDerivatives 4.0 International License.
Vragen of reageren? info@peterfavier.com

Latency

blogimg1

Iedereen die iets met muziek doet op een computer krijgt ermee te maken: latency. Maar wat is het eigenlijk, hoe ontstaat het en wanneer heb je er wel of geen last van?

Een computer of ander digitaal apparaat heeft altijd een bepaalde hoeveelheid tijd nodig om een opdracht uit te voeren. Dus ook om een opname of sample af te spelen, geluid op te nemen of een synthesizerklank te produceren.  Tussen het moment dat het apparaat de opdracht krijgt iets te doen en het moment dat het geluid uit je speakers komt zit onvermijdelijk een beetje vertraging: latency.

Bij digitale apparaten zoals stagepiano’s, synthesizers maar ook digitale mengtafels is het apparaat specifiek ontworpen om die latency zo beperkt mogelijk te houden. Je moet dan denken aan hooguit 2ms (milliseconden). Ter vergelijking: als je monitorspeaker of gitaarversterker één meter van je oor vandaan staat, duurt het al zo’n 3 ms voor het geluid de weg van speaker naar oor heeft afgelegd. 1 of 2 ms is dus in bijna alle gevallen verwaarloosbaar.

Computers zijn tegenwoordig zo snel dat de latency ook hierop minimaal kan zijn. Maar helemaal nul wordt het nooit. Daarom wordt muzieksoftware zo ontworpen dat die latency zoveel mogelijk omzeild wordt en je er als gebruiker dus weinig of niets van merkt. Zie kader.

 

Voorbeelden waarbij latency optreedt, maar waar je er – als het goed is – niets van merkt:

  • Afspelen van muziek: tussen het moment dat je op ‘afspelen’ klikt en de muziek daadwerkelijk klinkt, zit altijd een beetje tijd. Maar in de praktijk merk je dat nauwelijks.
  • Opnemen van muziek: op dezelfde manier komt geluid de computer ook eigenlijk iets te laat binnen. De software schuift in feite elke opname een fractie op naar voren, zodat het weer klopt.

Plugins: elke plugin (effect binnen je DAW) heeft tijd nodig voor zijn signaalbewerking (zgn plugin delay of plugin latency). Je DAW compenseert dit door het signaal er iets te vroeg doorheen te sturen. (Plugin Delay Compensation). Dit staat meestal automatisch aan. Alleen als je een plug-in realtime gebruikt, zoals bijvoorbeeld een synthesizer plug-in of gitaar amp simulatie, kun je wel last hebben van de latency van de plugin, maar in de praktijk is deze meestal verwaarloosbaar klein.

Goed, tot zover geen probleem dus met latency. Wanneer heb je er dan wél last van?

Vooral in één situatie: als we live willen musiceren via een computer. Je wilt bijvoorbeeld een synthesizer plugin van Logic bespelen vanaf je MIDI keyboard. Of je gitaargeluid door een amp simulatie plugin sturen. Of in een opnamesituatie een koptelefoonmix maken via je DAW.

Als de latency in zo’n situatie te groot is, ga je dat meteen merken. Je drukt een toets in en het geluid komt duidelijk te laat. Je zingt in de microfoon, maar je hoort je stem later terug door de koptelefoon – een soort echo / chorus effect. Muziek staat of valt met timing, dus teveel latency is onwerkbaar!

Manieren om de latency te verkleinen

Meestal is er een mogelijkheid om de latency te verkleinen, als de volgende drie zaken optimaal zijn:

  • Hardware (interface)
  • Driver
  • Buffersize

Hardware

Het is bijna vanzelfsprekend dat een professionele geluidsinterface (bijv op USB) beter presteert dan de standaard jack output van je laptop. De electronica in een externe interface is gemaakt voor muziektoepassingen zoals opnemen en sequencen, dus presteert ook qua latency eigenlijk altijd beter.

Driver

Een driver is een stukje software dat de schakel vormt tussen in dit geval je audio interface / geluidskaart en de muzieksoftware. Bij zowel Mac OS X als Windows zitten standaard drivers voor geluidskaarten van bijvoorbeeld laptops en PC’s. Bij professionele audio interfaces horen meestal specifieke drivers die je moet installeren.

De kwaliteit van de driver is van groot belang voor een stabiele werking van je setup, maar ook voor de hoeveelheid latency. Hoe beter de driver, hoe minder latency deze veroorzaakt.

Hier begint vaak de eeuwige Mac vs. Windows battle onder muzikanten. Want toegegeven: de standaard audiodriver van Mac OS X is van een veel betere kwaliteit en heeft een veel lagere latency dan het audiosysteem van Windows. Mensen die bijvoorbeeld met Sibelius werken op een standaard Windows laptop zonder externe audio interface, weten dat de latency in zo’n setup onwerkbaar groot is.

dus, Stap 1:
Zorg voor een professionele audio interface met goede driver. Alles op USB (liefst USB2 of 3) of Thunderbolt is eigenlijk goed tegenwoordig. Check de specs: de te verwachten latency is daar altijd in vinden. Of je op Mac of Windows draait maakt dan vaak niet veel meer uit: de driver van de interface is bepalend.

Buffersize

Elke driver / geluidskaart maakt gebruik van een buffer. Een buffer vormt als het ware een datareservoir om te zorgen dat de datastroom (dus het geluid) niet meteen onderbroken wordt als de computer even moet rekenen. Het is goed te vergelijken met een waterleiding met reservoir en kraan, zie kader.

Als de aanvoer van water start, loopt eerst het reservoir vol. Daarna stroomt het water pas naar de kraan. Als de aanvoer even onderbroken wordt, blijft het water gewoon uit de kraan stromen, tot ook het reservoir leeg is. Hoe groter het reservoir, hoe veiliger. Maar ook: hoe meer vertraging in het systeem.

Hoe groter de buffer, hoe veiliger. Het duurt immers lang voordat de buffer leegloopt als er een onderbreking van de aanvoer plaatsvindt.

Maar: een grotere buffer betekent dus ook meer latency!

Waarom zetten we de buffersize dan niet altijd op “extra small”? Omdat er dan grote kans is op “drop-outs”, klikjes en gekraak omdat de computer de datastroom niet “bij kan houden”. Zeker als je computer bijvoorbeeld niet veel werkgeheugen heeft of de jongste niet meer is, kan hij het niet bijbenen en krijg je onderbrekingen in het geluid. De buffer moet dus wel groot genoeg zijn om dit te voorkomen.

Conclusie:

  • Moet de computer veel rekenen? Grotere buffersize nodig. Voorbeelden: mixen met veel tracks en plugins.
  • Is er minder rekenwerk? De buffer kan vaak kleiner. Resultaat: kleinere latency. Bijvoorbeeld: een notatieprogramma, een project met maar een paar tracks, weinig plugins, etc.

Buffersize vergroten: meer latency, maar stabielere werking
Buffersize verkleinen: minder latency, maar meer kans op storingen

Stap 2 in het verkleinen van de latency is dus: het kiezen van de juiste buffersize.

Buffersize wordt uitgedrukt in samples. Werkbare groottes liggen meestal tussen de 64 en 256 samples. Daarboven wordt de latency voor live musiceren te hoog. Voor mixen kun je gerust naar 1024, je merkt er dan immers weinig van.

Tot slot is het natuurlijk verstandig om in de opnamefase zo min mogelijk (onnodige) plug-ins ingeschakeld te hebben, omdat die de latency tijdens het terugluisteren vergroten. Eén van de grote voordelen van duurdere systemen zoals Protools HD is dan ook dat deze zo gemaakt zijn dat je latency-vrij plug-ins kunt draaien tijdens het opnemen.

Buffersize instellen in diverse software

Niet genoemde programma’s hebben vaak vergelijkbare menu’s

Sibelius:
Play => Playback Devices (kleine pijltje rechts onder in vak ‘Setup’
Dan: Audio engine options.

Logic Pro:
Preferences => Audio
I/O buffer size

Cubase:
Devices => Device Setup
In het menu links kies je voor VST audiosystem
Je ziet dan zowel de input- als output latency weergegeven.
Om de buffersize te veranderen, ga je links naar het submenu van je audio interface (bijvoorbeeld: Focusrite Scarlett) en klikt op Control Panelrechts.

Tip: voor Windows bestaat de freeware driver ASIO4ALL, een universele driver die de latency op je standaard geluidskaart drastisch kan verkleinen.
Helaas werkt de driver voor zover ik weet maar met één programma tegelijk, en kun je dus niet in Sibelius werken en tegelijk op YouTube iets beluisteren.

Meer lezen? https://sonimus.com/home/entry/tutorials/58/audio-latency-tutorial.html

© Peter Favier 2018 – Dit artikel valt onder een Creative Commons Attribution-NonCommercial-NoDerivatives 4.0 International License.
Vragen of reageren? info@peterfavier.com

Reader muzieknotatie en Sibelius

manuscript

Voor mijn eerstejaars studenten van Codarts heb ik de reader Praktisch schrijven ontwikkeld, een beknopt naslagwerk over allerlei zaken rondom muzieknotatie. Bij elk hoofdstuk wordt ook genoemd hoe je het betreffende aspect in notatieprogramma Sibelius in kunt voeren. Verder zit er wat informatie bij over de eigenschappen van en het noteren voor diverse instrumenten.

Download de reader hier.

© Peter Favier 2018 – Dit artikel valt onder een Creative Commons Attribution-NonCommercial-NoDerivatives 4.0 International License.
Vragen of reageren? info@peterfavier.com

Mp3, CD, Youtube… hoor jij het verschil?

Mp3, CD, Youtube…  hoor jij het verschil?

Er zijn verschillende manieren om geluid op te slaan op een computer, smartphone of ander digitaal apparaat. Voor de doorsnee gebruiker is mp3 de bekendste. Ga je muziek opnemen in een programma als bijvoorbeeld Logic, Cubase of Garageband dan kom je andere bestandsformaten tegen, zoals bijvoorbeeld Wav of Aiff. Wat zijn de verschillen?

Wel of geen kwaliteitsverlies

Het belangrijkste verschil wordt bepaald door de vraag of de manier van opslaan lossy of lossless is. Bij een lossy formaat wordt het bestand kleiner gemaakt (gecomprimeerd) om het datagebruik te beperken, met als gevolg dat de audiokwaliteit achteruit gaat. Bijna alle platforms en formaten die consumenten vandaag de dag gebruiken zijn lossy: Mp3, YouTube, Spotify, Wma, Mp4, enz. Als je iets lossy comprimeert, kun je de originele kwaliteit ook niet meer terugkrijgen.

Dat gebeurt overigens niet alleen met audio: foto’s en video’s worden meestal ook lossy gecomprimeerd, zoals bijvoorbeeld JPEG foto’s of een film op Netflix.

Voordat mp3 bestond, was de CD de standaard kwaliteit in digitale audio voor thuis. De audio op een CD is niet gecomprimeerd, ook wel lineair genoemd. Er is niets gedaan om de hoeveelheid data te beperken, dus de geluidskwaliteit is optimaal (alles is relatief: beter dan CD bestaat uiteraard ook maar kom je relatief weinig tegen in huiskamers). Veel mensen realiseren zich niet dat een mp3 nooit de kwaliteit kan hebben van een CD!

Waarom?

Wat is de reden dat alle mainstream muziekaanbieders (en wij zelf als gebruikers vaak ook) genoegen nemen met een mindere geluidskwaliteit? Ten eerste zou het (op dit moment) onpraktisch zijn om alles als ongecomprimeerde audio te streamen of op te slaan. Een liedje van rond de vier minuten is als mp3 van redelijke kwaliteit (bitrate 256, zie onder) zo’n 8 MB, terwijl het als Wav bestand met CD kwaliteit 45 MB in beslag neemt. Er zou dus veel meer opslagruimte en (mobiel) dataverkeer nodig zijn als we de bestanden niet zouden verkleinen.

De tweede reden is natuurlijk dat het grootste deel van de luisteraars het verschil toch niet hoort. Naar mijn idee is men bij beeld meestal kritischer dan bij geluid: ook de meeste leken zien het aan de (bijv blokkerige) beeldkwaliteit van een video als deze in een slechte kwaliteit is opgeslagen. Men geeft zelfs duizenden euro’s uit aan Ultra HD TV’s. Maar bij muziek valt het de doorsnee luisteraar lang niet altijd op. Bovendien: de apparatuur waarop geluisterd wordt moet dan natuurlijk ook wel in orde zijn.

Lossless compressie

Er zijn tegenwoordig ook een aantal formaten waarmee lossless compressie mogelijk is: wel het bestand verkleinen, maar bij het afspelen kan toch de oorspronkelijke kwaliteit worden teruggehaald. De techniek is te vergelijken met het ZIP bestand. De bekendste is FLAC. Niet alle players en apparaten ondersteunen dit, maar het begint steeds meer terrein te winnen, ook bij streamingdiensten (zie kader). Een ontwikkeling in de goede richting, wat mij betreft!

Opnemen

In studio’s en binnen opnamesoftware zoals Logic, Cubase etc. zijn WAV (Microsoft) en AIFF (Apple) de standaarden. Deze formaten zijn lineair, ongecomprimeerd. Geen concessies aan de kwaliteit dus. Daardoor neemt de opname van een liedje met meerdere tracks al gauw meer dan een gigabyte aan data in beslag.

Als je zelf een audiobestand wilt bewerken, kan de kwaliteit nooit beter worden dan het bronbestand. Een bestand na elke bewerking weer opslaan als mp3 laat de kwaliteit steeds wat verder achteruitgaan (net als een fotokopie van een kopie). Beter is dus om het bestand één keer om te zetten naar WAV of AIFF, dan alle bewerkingen te doen en pas aan het eind van de sessie te comprimeren naar bijvoorbeeld Mp3.

Bitrate

Een mp3 klinkt niet per definitie slecht. Het hangt er vooral vanaf hoe sterk er gecomprimeerd is, oftewel de bitrate. De bitrate vertelt in kbps (kilobits per seconde) hoeveel data er gebruikt wordt voor één seconde geluid. Hoe hoger dit getal, hoe beter. Kies dus als je de mogelijkheid hebt altijd voor een zo hoog mogelijke bitrate!

Hoor jij het verschil?

Hieronder vind je vier keer hetzelfde muziekfragment, in steeds minder goede kwaliteit. Vanaf welke kwaliteit ervaar jij duidelijk verschil met de versie in CD kwaliteit?

WAV file, CD kwaliteit:

Mp3, bitrate 256 kbps:

Mp3, bitrate 128 kbps:

Mp3, bitrate 96 kbps:

Audiobestanden en bekende platforms

Lineair (ongecomprimeerd) Lossy compressie Lossless compressie
WAV Mp3 FLAC
AIFF Mp4 Tidal
CD AAC (M4a) Deezer HiFi
Primephonic
YouTube
Spotify (zowel betaald als gratis, maar de betaalde heeft wel een hogere bitrate)
Apple music, Itunes Store
Deezer
Soundcloud

 

© Peter Favier 2018 – Dit artikel valt onder een Creative Commons Attribution-NonCommercial-NoDerivatives 4.0 International License.
Vragen of reageren? info@peterfavier.com